Urologie

Blaaskanker

Wanneer er een of meerdere tumoren in uw blaas worden aangetroffen, wordt er onderzocht of deze goed- of kwaadaardig zijn. De kans op goedaardig tumoren (goedaardige poliepen of benigne papillomen) is 5%. Bij blaaskanker is er sprake van een of meerdere kwaadaardige tumoren. De kans op kwaadaardig tumoren is 95%.

 

Wanneer er blaaskanker bij u is geconstateerd, wordt er onderzocht of niet alleen het slijmvlies, maar ook de spierlaag van de blaaswand is aangetast. Wanneer dit het geval is, hebben we te maken een spierinvasief groeiende tumor. Er wordt dan nader onderzoek gedaan naar de uitbreiding van de tumor en of er uitzaaiingen zijn.

 

• Niet-spierinvasief groeiende tumor

  Wanneer de tumor zich enkel in het slijmvliesweefsel bevindt. 

•Spierinvasief groeiende tumor

  Wanneer een niet-spierinvasief groeiende tumor in de blaasspier doorgroeit. Dit gebeurt wanneer er geen tijdige behandeling plaatsvindt en de tumor agressief van aard is.

 

Groeiwijzen
Blaastumoren groeien vrijwel altijd uit in de blaasholte. Hierbij kunnen we de volgende vormen onderscheiden:

 

 

De structuur van de tumor is vlak en komt net boven het slijmvliesweefsel uit. Het tumor kan een beetje rood en hobbelig zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een druiventros- of bloemkoolvormig tumor is met een dun steeltje aan de blaaswand verbonden. Bij niet-spierinvasief groeiende tumor komt dit vaak voor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een solide gezwel is met een stevige, breed steel aan de blaaswand verbonden. Bij een spierinvasief groeiende tumor kan dit het geval zijn.

 

 

 

 

 

 

Uitzaaiingen

De kans op uitzaaiingen vergroot naarmate de tumor in de diepere lagen van de blaaswand ingroeit.  Losgeraakte kankercellen kunnen zo via de lymfevaten terechtkomen in de lymfeklieren rond de blaas en zich zo uitzaaien in de lymfeklieren in het hele lichaam.
Ook kunnen er uitzaaiingen ontstaan als de losgeraakte kankercellen in het bloed terecht komen. Zo hebben zij vrij baan naar verschillende organen zoals de longen en de lever, als de botten.